Ik heb het vlakke land in mijn bloed. Als Nederlander staat er een horizontale lijn op mijn netvlies gegrift die overeen moet komen met de werkelijkheid om me goed te voelen. Een vlakke einder geeft me ademruimte en als ik een aantal maanden niet van me af heb kunnen kijken moet ik ernaar op zoek.
Bij geen enkele fotograaf voel ik me dan ook meer op mijn gemak dan bij Luigi Ghirri. Hij is immers DE fotograaf van de pianura. Lege landschappen, af en toe onderbroken door een hek, een paal, een dorp, bijna nooit de directe aanwezigheid van een mens. Je zou het minimalisme kunnen noemen, maar ik geloof niet dat dàt het is. Minimalisme creëer je immers. De lege landschappen daarintegen zijn er gewoon, door de eeuwen heen gevormd en nooit echt gewijzigd.
Ghirri heeft mij als ‘fotograaf’ niet wakker geschud. Ik geloof namelijk dat een landschap een taal spreekt, en die taal kende ik al. Maar tussen het kennen van een taal en er poëtisch gebruik van te kunnen maken ligt een zee van ruimte. En het is dat wat Luigi Ghirri me geleerd heeft: een structuur herkennen in de leegte, een compositie creëren met het bijna niets. Soms lukt dat. Maar wel op mijn eigen manier.

Luigi Ghirri – Verso Lagosanto (1987)
Luigi Ghirri’s roem is na zijn dood in 1992 eigenlijk nooit getaand, en er worden dan ook nog steeds regelmatig exposities van zijn foto’s georganiseerd. Ik heb er in de jaren al enkele bezocht, maar voor het eerst ben ik afgelopen zaterdag bij het zien van de expositie “Verso la foce” verrast door de hoeveelheid mensen die op de foto’s aan de muur. De serie van 81 foto’s heeft dan ook meer een documentair doel (Ghirri begeleidde zijn vriend Gianni Celati bij het voorbereiden en het maken van de film “Strade Provinciale delle Anime”, over een reisgezelschap dat 3 dagen lang met een bus over de povlakte trekt) dan het gebruikelijke zuiver visieve karakter. De landschappen zijn dezelfde die we gewend zijn te zien, maar de menselijke aanwezigheid doet bijna onnatuurlijk aan. Ghirri verbloemt dat niet. Hij benadrukt het zelfs door de reizegers in groepsvorm of alleen bijna altijd te laten poseren. Alsof ze uit andere foto’s zijn geknipt en op de lege landschappen van “de meester” zijn geplakt. Op mij heeft het in ieder geval dat effect. In de lege landschappen van de Po lijken de mensen slechts tijdelijk aanwezig, als voorbijgangers in een wereld die al lang vóór hen bestond en ook na hen gewoon verdergaat.






Leave a comment